Rijksbegroting staat internationaal klimaatakkoord in de weg

Klimaatverandering is een reëel probleem en er moeten snel maatregelen worden genomen. Zolang het over de eigen dijken gaat, wordt deze visie in Nederland algemeen gedeeld. Maar tot welke maatregelen wil Nederland overgaan als het de dijken in ontwikkelingslanden betreft?

Ongeveer een jaar geleden sprak Premier Balkenende de VN toe over de effecten van klimaatverandering op ontwikkelingslanden en de noodzakelijke steun die zij moeten krijgen voor klimaatbeleid. Hij stelt dat “de vervuiler betaalt” een belangrijk principe is voor deze steun en dat extra kosten voor adaptatie niet louter uit het ontwikkelingsbudget dienen te komen. Precies een jaar later ligt er een rijksbegroting op tafel die de ontwikkelingslanden het nakijken geeft. In het regeringsakkoord was afgesproken dat er 500 miljoen euro voor de hele kabinetsperiode zou komen voor schone energie voor ontwikkelingslanden, bovenop het al bestaande budget voor ontwikkelingssamenwerking.

Uit de Rijksbegroting voor 2009 blijkt echter dat van de 100 miljoen die voor duurzame energieprojecten in ontwikkelingslanden is uitgetrokken, slechts de helft extra geld is zoals beloofd en de andere 50 miljoen komt uit het reguliere ontwikkelingsbudget. En dit terwijl steun voor klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden volgens het VN klimaatsecretariaat zeer kosteneffectief is: als grofweg de helft van de totale mondiale investeringsstromen die in 2030 nodig zijn voor klimaatmaatregelen gebruikt zullen worden in ontwikkelingslanden, dan zal de totale uitstoot van broeikasgassen in de wereld met bijna 70% afnemen! Ondertussen zijn de internationale klimaatonderhandelingen in volle gang. In het Bali Actieplan dat in december 2007 werd overeengekomen, is afgesproken dat er geld op tafel zal komen voor ontwikkelingslanden ten behoeve van het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen (mitigatie) en voor maatregelen om de consequenties van klimaatverandering op te vangen (adaptatie).

Oxfam heeft berekend dat de kosten van adaptatie in ontwikkelingslanden minsten 50 miljard dollar per jaar bedragen. Het secretariaat van het klimaatverdrag berekende dat daarbovenop nog eens jaarlijks bijna 180 miljard dollar nodig zijn om ontwikkelingslanden te helpen met het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Als ontwikkelingslanden niet meedoen aan het terugdringen van de wereldwijdeCO2 uitstoot zal het moeilijk zijn om de mondiale temperatuurstijging onder de 2 graden Celsius te houden met alle consequenties van dien voor Nederland: de dijken ophogen zal dan volstrekt onvoldoende zijn om ons te kunnen weren tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Om eind 2009 tot een internationaal klimaatakkoord te komen moeten de ontwikkelingslanden voldoende vertrouwen hebben dat de rijke landen serieus aan het terugdringen van klimaatverandering willen werken; door zelf broeikasgassen drastisch te reduceren en door ontwikkelingslanden financieel te ondersteunen in het uitvoeren van klimaatbeleid.

Als Nederland een succes wil maken van de klimaatonderhandelingen eind volgend jaar, dan zal de huidige rijksbegroting moeten plannen voor de financiering van klimaatbeleid in ontwikkelingslanden.

Aangezien een groot deel niet vanuit het budget van ontwikkelingssamenwerking betaald zal worden moet gekeken worden naar andere mogelijke financieringsbronnen. Op Europees niveau heeft de Commissie voorstellen gedaan om een deel van de opbrengsten van de door bedrijven aangekochte emissierechten aan te wenden voor klimaatbeleid in ontwikkelingslanden. Het Nederlands kabinet wil zich echter niet laten sturen in de besteding van die opbrengsten. Kortom, de in woorden erkende urgentie van de klimaatproblematiek wordt niet vertaald in daden. De ontwikkelingslanden zullen dit gebrek aan daadkracht met interesse volgen en zullen de wereld hier eind 2009 in Kopenhagen aan herinneren als het westen hen oproept een internationaal klimaatakkoord te ondertekenen.

Sabina Voogd - Oxfam Novib
Inez Staarink - Hivos
Ytha Kempkes - Nederlands Comite voor IUCN
Janine de Vries - Cordaid
Inge Vianen - ICCO